Wie is Wie

Activiteiten

Restauratie "Madonna con Bambino"
Il dipinto è collocato sopra l’altare laterale di sinistra, all’interno di una cornice in stucco dipinto che fa parte di una scenografia barocca. Il suo stato di conservazione, resosi ormai precario, ha richiesto un intervento di restauro iniziato circa due mesi  ... verder lezen »

Peter Rossel : Eeuwenoud en toch springlevend
De volledige inventaris van de eeuwenoude Stichting Sint-Juliaan der Vlamingen te Rome, van bij de eerste bestaande documenten (begin 15de eeuw) tot net na de Tweede Wereldoorlog, nodigt uit om de docu- menten in hun geheel te bestuderen.  ... verder lezen »

Boek Inventaris Archief
Op zondag 22 mei 2016 werd in het “Hof Bladelin” te Brugge, in samenwerking met de KU Leuven, het boek “Inventario. Chiesa e Fondazione Reale Belga “San Giuliano dei Fiamminghi” a Roma - Archivio Storico” onder grote belangstelling voorgesteld De realisatie van dit belangrijk werk werd geleid door Prof. Dr. Johan Ickx  ... verder lezen »

Vlamingen en Rome – P. Hugo Vanermen
In zijn derde thematische wandeling door Rome gaat auteur en Romekenner Patrick Lateur op ontdekkingstocht door deze stad met vier bekende Vlaamse katholieken.  ... verder lezen »

De Vlaamse Culturele Kring
Is opgericht in 1908 onder de naam “Vlaamsche Studiekring Gelukzalige Jan Van Ruysbroeck”... verder lezen »

P. Hugo Vanermen ontving de “Médaille de Saint-Lambert” van het Bisdom Luik.
Deze diocesane onderscheiding werd ingesteld door Mgr. Kerkhofs op 25 april 1939. Het gaat om een ereteken dat toegekend wordt aan gelovige leken (of sinds 15 april 1944 aan leraars die 35 jaar dienst hebben) en uitzonderlijk aan priesters. Er zijn twee medailles die toegekend worden voor bewezen diensten aan de Kerk, de ene van zilver voor 25 jaar, de andere van goud voor 35 jaar dienst...
verder lezen »

Professor Rik Torfs, Rector Ku Leuven, bezoekt Sint-Juliaan-der-Vlamingen
Op 8 maart 2014 schreef de Koninklijke Belgische Kerk en Stichting “Sint-Juliaan-der-Vlamingen” weer een bladzijde geschiedenis in haar 1000-jarig bestaan. Zij ontving het bezoek van Professor Rik Torfs, Rector van de KU Leuven, de Vice-Rectoren, de rectoraal adviseur externe contacten, kaderleden van het bestuur van de universiteit en Dr. Johan Ickx, archivaris op het Staatssecretariaat (Vaticaan) met zijn echtgenote... verder lezen »

Sponsoring nieuw positieforgel 
In de voorbije maanden werd beslist een groter positieforgel aan te kopen voor Sint-Juliaan-der-Vlamingen ter vervanging van het kleine Schumacher-orgel (Eupen) uit 1972. Daarvoor werd contact opgenomen met de bekende Italiaanse orgelbouwer Angelo Carbonetti te Foligno ... verder lezen »

Informatie - Lectuur
“Fiamminghi in Rome - Vlaamse voetsporen in de Eeuwige Stad”... verder lezen »

Beheerraad
De Provisorenraad (Beheerraad) van de Koninklijke Belgische Kerk en Stichting Sint-Juliaan-der-Vlamingen is samengesteld uit volgende leden... verder lezen »

Nieuwe Glasramen
Op 14 juli 2008 werden in de Koninklijke Belgische Kerk “Sint-Juliaan-der-Vlamingen” te Rome, twee nieuwe glasramen geplaatst van de hand van kunstglazenier Maurits Nevens uit Lot. ... verder lezen »

Restauratie "Putto op Leeuwtje"
Het beeldje werd in de loop van de maand juli 2008 gerestaureerd na een belangrijke beschadiging ten gevolge van weersomstandigheden... verder lezen »

Beeld van de heilige Pater Damiaan De Veuster in Sint-Juliaan-der-Vlamingen
Op woensdag 20 juni om 16u15 kon de Rector, P. Hugo Vanermen, mSC het beeld van de Heilige Pater Damiaan De Veuster, KAMIANO, van de beeldhouwer Philippe Verschueren, in ontvangst nemen.... verder lezen »

Pater Hugo Vanermen, mSC. – Officier in de Orde van Leopold II Rome
Pater Hugo Vanermen, Missionaris van het Heilig Hart, Rector van de Koninklijke Belgische Kerk en Stichting “Sint-Juliaan-der-Vlamingen” en afgevaardigd-beheerder van de Fondation Lambert Darchis Rome/Liège. verder lezen »

Een nieuwe verrijking voor Sint-Juliaan der Vlamingen !

Op zondag 22 mei 2016 werd in het “Hof Bladelin” te Brugge, in samenwerking met de KU Leuven, het boek “Inventario. Chiesa e Fondazione Reale Belga “San Giuliano dei Fiamminghi” a Roma - Archivio Storico” (zie : http://www.gangemieditore.com/scheda_articolo.php?id_prodotto=6906&isbn=9788849232370)  onder grote belangstelling voorgesteld  De realisatie van dit belangrijk werk werd geleid door Prof. Dr. Johan Ickx, Minutant en Verantwoordelijke van het Historisch Archief van de Afdeling voor de Betrekkingen met de Staten van het Staatssecretariaat van Vaticaanstad en Prof. Marco Pizzo, Adjunct-directeur van het Centraal Museum van het Risorgimento in het Vittorianocomplex in Rome, onder het impuls van de initiatiefnemer, P. Hugo Vanermen, mSC., Rector van de Koninklijke Belgische Kerk en Stichting Sint-Juliaan-der-Vlamingen. …

Rector Rik Torfs, Decaan Hildegard Warninck van de Faculteit Kerkelijk Recht van de KU Leuven. Prof. Dr. Johan Ickx en Pater Hugo Vanermen, mSC., Rector van de Koninklijke Belgische Kerk en Stichting Sint-Juliaan-der-Vlamingen, stelden het boek voor in de prachtige 19de eeuwse kapel van het “Hof Bladelin” uit de 15de eeuw in de Naaldenstraat, 19 te Brugge (zie : http://nieuws.kuleuven.be/node/13465 en https://nl.wikipedia.org/wiki/Hof_Bladelin).  De verwelkoming werd gedaan door Prof. Dr. Hildegard Warninck, terwijl Rector Rik Torfs de inleiding deed.  Hierbij de teksten van de interventies van Prof. Dr. Johan Ickx en P. Hugo Vanermen, mSC.

Prof. Dr. Johan Ickx

Geachte Heren Rektoren, Dames en Heren,

Zij die ooit Rome bezocht hebben, en ik neem aan dat bijna allen van de hier aanwezigen daartoe behoren, kunnen niet achteloos gebleven zijn bij de vele sporen die Vlamingen er achter lieten. Ook al schouwt de aartsengel Michael sinds eeuwen vanop de engelenburcht over de Eeuwige Stad, er is haast geen Romein die weet dat het gaat om een bronssculptuur van de hand van, de uit Gent geboortige, Peter Verschaffelt, een zeer actief lid van de Broederschap van Sint-Juliaan der Vlamingen. De wetenschappelijke literatuur over de aanwezigheid van Vlamingen en teutonen in Rome is dan ook niet zo dik bezaaid en, meer nog, haast altijd in talen gepubliceerd die de doorsnee Italiaan niet machtig is. Dit verklaart meteen, althans ten dele, waarom voor dit boek wel de Italiaanse taal gekozen werd. Een bijkomende reden was dat ook het archief dat in het boek beschreven wordt, behalve enkele oudste archiefstukken in het Vlaams en andere administratieve akten in het Frans uit de 19de en 20ste eeuw, voor 90% bestaat uit akten in het Italiaans.

Als we de biografische schetsen van Noord-Europese schilders, 1550-1567, van de Italiaan Giorgio Vasari of een soortgelijk compendium van Karel van Mander, afkomstig uit Meulebeke, even terzijde laten, is het wachten tot de 19de eeuw om een academisch genre te herkennen dat uitgerekend in Rome (en naar mijn weten is de Eeuwige Stad daarmee een unicum!) zijn opgang kent: de repertoria, excerpta en regestenlijsten uit Romeinse archieven, specifiek erop gericht om de "teutoonse" aanwezigheid over de eeuwen heen in kaart te brengen.

Volgens de statuten, in het Vlaams opgesteld en waarvan een foto de kaft van het boek opluistert, zou de broederschap uitsluitend Vlamingen opnemen die uit het graafschap Vlaanderen afkomstig waren. Maar het lijkt erop dat deze begrenzing al snel overschreden werd want zoals we kunnen opmaken zijn de oudste stukken nog bewaard in het archief van de hand van edellieden uit het Antwerpse. Geleidelijk kwamen in de 16de eeuw ook mensen uit Doornik, Binche, ja zelfs uit Namen op Sint-Juliaan toe. Enkel het prinsbisdom Luik zal voor lange tijd afwezig blijven in de annalen van Sint-Juliaan. De kerk en hospitaal van San Giuliano bevorderden dus de contacten tussen de in Rome levende en passerende Vlamingen. Kooplieden van Vlaamse afkomst bijvoorbeeld traden als beschermheer voor landgenoten op. Uit de gids "Vlaamse voetsporen in Rome" leren we dat bankier Pieter de Visscher uit Oudenaarde (tijdens zijn leven in Italië en op zijn graftombe Pietro Pescatore genoemd), actief in het bestuur van Sint-Juliaan tussen 1618 en 1643, zijn buitengoed in Frascati door de Antwerpenaar Cornelis Schut met fresco’s liet versieren. Befaamde kunstenaars als Jan Miel uit Beveren, in de 17e eeuw één van de invoerders van de genretafereeltjes te Rome, of Louis Cousin, alias Luigi Primo il Gentile uit Brussel, maakten deel uit van de beheerraad van Sint-Juliaan.

Maar de politieke wederwaardigheden van het vaderland liet ook de gemoederen rond Sint-Juliaan-der-Vlamingen niet ongemoeid. Daarvan getuigen op onmiskenbare wijze de archiefstukken die in de 17de en 18de eeuw een Oostenrijkse en Franse betutteling of interferentie verraden.

Zo zal ook in de 19de eeuw de wetenschappelijke literatuur over Sint-Juliaan-der-Vlamingen de atmosfeer ademen die het vaderland overschaduwt.

Het zal niemand verwonderen dat het even na het ontstaan van het Koninkrijk België de "kerk en Stichting" te Rome even zo vergaat als alle andere officiële en kerkelijke instellingen in het vaderland. Bovendien is de Broederschap opgeschort onder de pletwals van de Franse Revolutie en een raad van bestuur, nu van de nodige Belgische elementen voorzien, luidt een nieuw tijdperk in. Het Belgisch College vindt bij zijn oprichting in 1844 voor enkele jaren onderdak in de gebouwen van Sint-Juliaan: maar er werd wijselijk al snel een ander gebouw gevonden om de autonomie van Sint-Juliaan te vrijwaren. Een blik op de inventaris bevestigt de verfransing in de akten en het rectoraat van Mgr. Felix-Marie de Neckere, adept van het ultramontanisme die als agent dienst deed voor de Brugse bisschop Malou e de Luikse bisschop Montpellier, stuurt de administratie van Sint-Juliaan nog meer in diezelfde Belgische richting. En toch, Rome is ver van Brussel, en een overtuigend bestuur van Vlaamse rechtlijnigheid, eigen aan enkele rektoren uit haar recente geschiedenis, meestal oudgedienden van de Leuvense Universiteit, zorgde ervoor dat in Sint-Juliaan het oorspronkelijke karakter nooit verloren ging.

En dan het kat- en muisspel met het Duits imperialisme dat al lang voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog opsteekt en de reacties hierop: er steekt te Rome als het ware een nationale koorts op bij de verschillende nationale werkelijkheden die ooit een hecht en gemeenzaam Rijk vormden, maar die nu ook met wetenschappelijke métrise hun nationale trots naar boven trachten te halen en hun prerogatieven over de oude instellingen, nog ooit met die supranationale realiteit verbonden, voor zichzelf op te eisen of te verdedigen. Zo is het werk van de Nederlandse professor Godefridus Johannes Hoogewerff "Bescheiden in Italië omtrent Nederlandsche kunstenaars en geleerden" uit 1913, niet enkel "wetenschappelijk" te noemen: het verschijnt dan ook in de onder auspiciën van de door de Minister van Binnenlandse Zaken uitgegeven reeks. Maurice Vaes, rector van Sint-Juliaan, met zijn nooit overtroffen artikel Les fondations hospitalières flamandes à Rome du XVe au XVIIIe siècle, in 1914 voltooid maar door de oorlog met de Duitsers pas in 1919 gepubliceerd gaf voor onze gewesten de toon aan. Prof. A. Fierens vergroot deze echo met een recensie "Onze Vaderen te Rome" en mengt zich aldus steeds in 1919 in het debat. Maar ook in het Duitse kamp bleef het niet stil. Na de "Pruisische" visie van Joseph Schmidlin op de Geschichte der deutschen Nationalkirche (National, jawel!) von Santa Maria dell'Anima, volgde Friedrich Noack met zijn "Das Deutschtum in Rom" (1927): het mag dan nog over het “Deutschtum” handelen telkenmale is de overvloedige aanwezigheid van namen uit Vlaamse (in de brede zin van het woord) en Nederlandse contreien onmiskenbaar. Op eenzelfde wijze zullen in 1944 de Leuvense professor Leon Van der Essen en de Nederlander Godefridus Johannes Hoogewerff met hun boek "Le Sentiment National dans les Pays-Bas" een verdoken antwoord bieden op het verbeten Duits imperialisme dat ook het wetenschappelijk discours te Rome inmiddels had aangetast. In geen van deze bijdragen worden ooit met een expliciet woord de onderliggende motieven aangeroerd. Het heftig conflict dat losbrak tussen Prof. Brom, Directeur van het Nederlandse Instituut en Alois Hudal, Rector van Santa Maria dell'Anima, over de aanspraken van de Nederlanders (en Vlamingen) op de Duitse instellingen te Rome laat geen twijfel bestaan. De wending in de Europese geschiedenis, de breuk van het oude Rijk dat zich in de 20ste eeuw verder articuleert in een doorgedreven particularisme van het "grote Duitsland" zorgde er zelfs voor dat bij de voorbereiding van het Repertorium Germanicum de tienduizenden opgestelde steekkaarten met "Vlaamse" (vooral Luikse!) personalia uit Vaticaanse archieven niet mee opgenomen werden. En ook al heet het, tot op vandaag, officieel dat dit enkel omwille van financiële redenen het geval was, kunnen we er ons niet van ontdoen ook een ver doorgedreven exclusivisme als oorzaak ervan aan te duiden. Het boekje van Maurice Vaes "Saint-Julien des Belges a Rome/Sint-Juliaan der Belgen te Rome", in beide landstalen uitgegeven in het jubeljaar 1950, kan als Belgisch antwoord hierop gezien worden, maar tevens vormt het de afsluiter van het “exclusivistische” stempel dat decennialang rustte op de “teutoonse” historische literatuur te Rome, ingegeven door de nationale schermutselingen op het grote Europese politieke toneel.

Het Duitse en Vlaamse element wordt na de Tweede Wereldoorlog in de wetenschappelijke literatuur over de trans-Alpijnse aanwezigheid te Rome opnieuw een onbekommerd thema. Met het postuum verschenen werk van Clifford Maes "The German Community in Renaissance Rome 1378-1523" uit 1981, waarin uiteraard ook tal van Vlaamse personages zijn opgenomen, en het uitstekende werk van onze gewaardeerde collega's Knut Schulz en Christiane Schuchard uit 2005 onder de titel "Handwerker deutscher Herkunft und ihre Bruderschaft im Rom der Renaissance", dat eveneens een waslijst van Vlaamse namen meegeeft, zijn we weer op het goede spoor beland: de historische realiteit van weleer wordt volledig erkend, ook al worden wij Vlamingen en Nederlanders, in de titels althans, allemaal Duitsers genoemd.

Ook op het laatste internationaal congres over de "De naties in Rome", een maand geleden gehouden in de Hongaarse Academie te Rome in de Via Giulia, konden de vele Italiaanse, Duitse, Franse, Hongaarse, Poolse wetenschappers niet anders dan vaststellen dat in de 16de en 17de eeuw Rome zonder de Vlamingen lang niet het Rome zou zijn dat we heden ten dage kennen.

Maar laten we even nader ingaan op wat dit nieuw verschenen boek te bieden heeft.

In de inleiding van de 400 pagina's tellende bundel stellen de auteurs het jaar 1213 als stichtingsdatum opnieuw voor. Mocht deze datum met de realiteit overeenstemmen, dan heeft dat repercussies voor de hospitaalgeschiedenis in Vlaanderen: Rome zou dan het eerste hospitaal geweest zijn dat aan Sint-Juliaan gewijd was. Het zou dan als voorbeeld gestaan hebben voor de andere Sint-Juliaanhospitalen die even nadien in Vlaanderen ontstonden: Mechelen in 1293, Turnhout in 1303, Brugge in 1305, Merchtem 1321 enz.

Wie het boek verder openslaat zal een "Bibliografia orientativa" vinden. De uitgevers van het werk kozen ervoor enkel een soliede basis aan te bieden voor wie een studie over Sint-Juliaan-der-Vlamingen in Rome wil aanvatten. De bibliografie, die dus specifiek op Sint-Juliaan is georiënteerd, bevat vele namen van auteurs die bij een aantal van U, maar zeker bij mezelf het Romeinse bestaan een bijzondere kleur hebben gegeven. Staat U me toe ze even in herinnering te brengen. Bart De Groof, waarmee we bij onze aankomst in Rome de kamer op de Academia Belgica deelden, Leopold Winckelmans, met wie vanaf ons vertrek naar Rome lief en leed gedeeld werd, Werner Quintens, voormalig rector die ons nu meer dan een halve eeuw geleden te Rome verwelkomde en zich jarenlang medeplichtig maakte in tal van onze ondernemingen in de Eeuwige Stad (waaronder de Vlaams Culturele Kring), zijn opvolger pater Hugo Vanermen, die tegelijk met ons in de Eeuwige Stad aankwam en die eerst als Archivaris en later als Rector van Sint-Juliaan een Vlaamse schouder was om op te steunen, Michiel Verweij, nu werkzaam in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel maar die wij te Rome in het archief op zoek naar "Vlaamse en Nederlandse sporen" mochten leren en blijven kennen en Bruno Indekeu, de "Limburger" onder een aantal van de eerder vernoemden, die met zijn publicaties ook die regio van België niet aan zijn lot overliet. Dat eerder genoemden allemaal "lovaniensi", alumni van de Leuvense Universiteit zijn, zal toch wel geen toeval zijn?

In zulke op Sint-Juliaan "toegespitste" biografie ontbreken uiteraard werken die ieder onderzoeker bij een omstandig onderzoek toch ook zou moeten raadplegen. Zo is er het boek van wijlen Mgr. Muskens, rektor van het Pauselijk Nederlands College en later bisschop van Breda, waaraan we nu nog de beste herinneringen van 25 jaar geleden bewaren, over de Nederlanders te Rome "Op bedevaart, voor studie en voor overleg in Rome". Maar ook de vele "regionaal begrensde" studies van wijlen Mevrouw Yolande Lammerant - ook zij leeft verder in onze beste herinneringen - die de vele pelgrims uit Vlaamse steden weer tot leven bracht zijn niet in extenso opgenomen. Tenslotte vernoem ik hier nog het baanbrekend werk van onze goede vriend en Antwerpse disgenoot Bruno Boute over "Academic Interests and Catholic Confessionalisation. The Louvain Privileges of Nomination to Ecclesiastical Benefices". Zijn carrière voert nu naar Duitsland en zal daardoor dat Vlaams-Duitse karakter van het onderzoek naar Rome zeker van anachronistische nationalistische particularismen kunnen vrijwaren.

Wat mag men nu eigenlijk verwachten van dit werk?

Het mag gezegd: Rector Hugo Vanermen heeft met dit initiatief een lans gebroken in de wereld van de nationale Kerken te Rome. Sint-Juliaan-der-Vlamingen is de eerste nationale Kerk en Stichting in Rome die een volledige inventaris met een zo gedetailleerde beschrijving van het archiefmateriaal kan aanbieden. De Vlamingen geven derhalve niet enkel in de 16de en 17de eeuw de toon aan maar dat lijkt nu ook weer in de 21ste eeuw het geval te zijn. We hopen dat het voorbeeld van dit boek aanstekelijk zal werken op de andere nationale Kerken.

De index, met 2600 namen, geeft alle namen weer die in de bundel voorkomen. Hierbij werd rekening gehouden met de verregaande "ver-italianisering" van vele Vlaamse namen. Het schoolvoorbeeld voor Sint-Juliaan is de reeds vernoemde Nikolaas Van Haringen, apotheker, rijke weldoener en jarenlang provisor van de Broederschap die ook onder de naam "Arringhi", Arrighi, etc. voorkomt: deze voortdurende verandering van de Vlaamse (en Franse) namen gaven uiteraard zelfs de auteurs kopzorgen.

Pater Hugo, vooral de kunstliefhebbers en kunsthistorici zullen U dankbaar zijn: vandaag is het eindelijk mogelijk alle archiefstukken die te maken hebben met de grote Vlaamse meester Jan Miel (Giovanni Miele, ofte Johan Honing), geboortig uit Beveren, opgeleid in de Antwerpse ateliers (de Italiaan Passeri meent bij Antoon van Dijck) en in Rome lid van de fameuze schildersbent, provisor van Sint-Juliaan en geëindigd als hofschilder te Turijn, in een kwinkslag te identificeren.

Maar zij zullen eveneens merken dat schilders die tot op vandaag tussen de plooien van de tijd verborgen bleven, nu plots in Rome opduiken. Onder hen misschien François Gerard, Franse diplomatenzoon geboortig uit Rome, door de administrator van Sint-Juliaan geboekstaafd in het archief als Gerard François: is die misschien ook even in aanraking gekomen met Sint-Juliaan of gaat het hier om een homoniem? De kunsthistorici mogen het verder uitzoeken.

De historici die de Kerkelijke archieven in de geschiedschrijving afdoen als perifere, bijkomstige, voor de reële geschiedenis haast nutteloze bronnen, of bronnen zonder enig historisch gehalte, komen na het openslaan van dit boek niet goed weg. Zij zouden wel eens vergeten dat de realiteit in Vlaanderen en daarbuiten ooit heel "religieus" was. Bovendien reflecteren de kerkelijke archieven niet enkel religieuze factoren, integendeel, ze bevatten veeleer een schat aan sociale, economische, culturele en financiële gegevens, die een gedegen en gedetailleerde studie van het dagelijkse leven mogelijk maken. Naast de kardinalen en notabelen van de stad zal de bundel de sluier oplichten voor de experten in de Romeinse stadsgeschiedenis over architecten, apothekers, drogisten, metsers, loodgieters, wijnhandelaars, wasvrouwen en ondernemingen die feesten organiseerden.

Sint-Juliaan, met zijn hospitaal, is een oord van bijstand, hulp aan de behoevende, ook als het geen Vlamingen zijn. Zulke eerste-lijn hulp houdt risico's in, met dikwijls de dood tot gevolg. De inventaris registreert dan ook niet enkel hun bestaan maar ook de schielijke dood die zulke caritatieve bijstand met zich meebrengt en de maatregelen die de pauselijke stadsbestuurlijke overheden uitvaardigen om de stad voor infectie en uitbreiding van de pest te behoeden.

Maar Rome is de Eeuwige Stad, het centrum van de katholieke Kerk, en alle wegen leiden naar haar, en zo zal deze inventaris de richting aanduiden van de weg die ooit de vele pelgrims uit Vlaanderen gingen. Het spreekt vanzelf dat daarmee ook lokale geschiedkundige verenigingen in Vlaanderen (en belendende percelen) nu en dan een stukje van hun puzzel in deze inventaris zullen terugvinden.

Het boek repertorieert de volledige inventaris van Sint-Juliaan, van bij de eerste bestaande documenten tot net na de Tweede Wereldoorlog en het nodigt uit om de documenten in hun geheel te gaan bestuderen. Dit is een werk dat in zo een kort tijdsbestek niet door een persoon kon gerealiseerd worden. De medewerking van Elisabeth Lemmens en Allessandra Merigliano die de transcriptie uitvoerden was dan ook voor Marco Pizzo en mezelf een onontbeerlijke hulp. Dit voorbije jaar hebben wij, samen met pater Hugo Vanermen, onder de welwillende blik van, jawel, de Duitse kardinaal-titularis Z.E. Kardinaal Walter Brandmüller, van dit boek een festijn gemaakt. Aan anderen om dit feest nu verder te zetten.

Dank u voor uw aandacht.

Johan Ickx

 

P. Hugo Vanermen, mSC.

Geachte Heer Rektor, Dames en Heren,

Als rector en archivaris van de Koninklijke Belgische Kerk en Stichting “Sint-Juliaan-der-Vlamingen” mag ik dit werk voorstellen.

Reeds in 1991 kreeg ik, als jonge archivaris, van mijn voorganger, Mgr. Werner Quintens, de opdracht om het Historisch Archief van de Stichting te ordenen.

Op dat moment bevond het archief zich in een vochtige ruimte achter de kerk, in omstandigheden van onbeschrijfelijke wanorde : een paar volumes en de perkamenten waren aangetast door schimmels, anderen zelfs opgegeten door insecten. Eerst en vooral heb ik gezorgd een aangepast droog lokaal te vinden voor het Archief.  Vervolgens na het overbrengen van het gehele archief, heb ik de verschillende series terug samengesteld in hun juiste orde. Dit minutieus werk heeft veel tijd gevraagd deels omdat begonnen was met de restauratie van diverse boeken en perkamenten, werk dat, als gevolg van de beschikbare fondsen vandaag nog niet volledig is gerealiseerd.

In januari 1997 werd ik ten slotte rector van de Stichting.

Met de tijd werd het archief meer en meer geraadpleegd, ook al omdat het meer toegankelijk was.  Bijgevolg drong zich de noodzaak op van een degelijke inventaris omdat de generische en rudimentaire die door Prof. L. Demoulin werd opgemaakt en gepubliceerd in het Bulletin van het Belgisch Historisch Instituut in Rome (LVIII, 1988, pp. 24-25) een aantal onjuistheden bevatte.

In de Provisorenraad van 6 mei 2009 werd besloten tot het opstellen en publiceren van een Inventaris van het historisch archief op een wetenschappelijk verantwoorde manier. Voor de realisatie van een zo belangrijk werk werd er contact opgenomen met Prof. Dr. Johan Ickx, Minutant en Verantwoordelijke van het Historisch Archief van de Afdeling voor de Betrekkingen met de Staten van het Staatssecretariaat van Vaticaanstad en Prof. Marco Pizzo, Adjunct-directeur van het Centraal Museum van het Risorgimento in het Vittorianocomplex in Rome.

Met de medewerking van mevrouw Liesbeth Lemmens en mevrouw Alessandra Merigliano, werden de duizenden documenten digitaal geregistreerd en beschreven. Dit “monikken”werk werd, in 2014 voltooid en werd gevolgd door de drukproeven, de correcties en de herlezingen.

Het uiteindelijke werk is een verrijking voor de eeuwenoude Stichting Sint-Juliaan-der-Vlamingen. Het is het resultaat van de inzet van vele mensen, die bij deze gelegenheid wil danken: Prof. dr. Johan Ickx, Prof. Dr. Marco Pizzo, mevrouw Liesbeth Lemmens, mevrouw Alessandra Merigliano, de secretaressen van de Stichting, Lieve Van Cant, Simonetta Fiorentini en Sabrina Cianferoni, de boekhouder Tommaso Diana en tenslotte de Provisorenraad van de Stichting, die mij in al die jaren de morele steun hebben gegeven om deze uitgave tot een goed einde te brengen.

Ik hoop dat deze inventaris een uitnodiging moge zijn voor die historici die zich willen verdiepen en de geschiedenis schrijven van deze eeuwenoude Stichting en Vlaamse aanwezigheid in Rome.

Tot slot wil ik mijn oprechte en welgemeende dank uitspreken aan 2 personen die deze voorstelling hebben mogelijk gemaakt, hier in Brugge, in deze prachtige locatie van het “Hof Bladelin”.  Op mijn vraag om deze voorstelling hier te laten doorgaan, die ik stelde op 15 november laatstleden, waren de Rector van de KU Leuven, Prof. Rik Torfs en Prof. Hildegard Warninck, decaan van de Bijzondere Faculteit Kerkelijk Recht, onmiddellijk enthousiast en stelden zij alle middelen ter beschikking.  Mijn dank gaat naar hen uit.  Enkele jaren eerder had Rector Torfs mij gesproken van een hechtere samenwerking tussen de Stichting “Sint-Juliaan-der-Vlamingen” en de KU Leuven.  Mogelijk is dit een begin.

Ter informatie nog dit.  Het boek zal in Rome voorgesteld worden op 22 juni 2016 om 18u00 in de zetel van de uitgever : Gangemi Editore S.p.A.Roma – Via Giulia 142.

Dames en Heren, dank aan u allen voor uw aanwezigheid en belangstelling. 

Foto’s van deze voortelling zijn te zien op onze website : http://www.sangiuliano.org/multimedia.asp?m=5, onder de titel “Boekvoorstelling Inventaris Archief 22/05/2016”

Johan ICKX – Marco PIZZO (Ed.), Inventario. Chiesa e Fondazione Reale Belga “San Giuliano dei Fiamminghi” a Roma. Archivio Storico, Roma, Gangemi Editore S.p.A.Roma – Via Giulia 142, Collana: Storia, Filosofia, Religione; Formaat: 17 x 24 cm; ISBN13: 9788849232370, ISBN10: 9788849232370, 2016, 400 pp. Il., Prijs: € 25.00.  Het boek is verkrijgbaar op de zetel van de Stichting.